Volgers

dinsdag 10 april 2018

Jack en de Kerstmuizen

In de eerste dagen van augustus 2004 maakte Jack als een klein wit pluizig bolletje zijn intrede in dit ondermaanse. Kort, heel kort voor de jongste zoon trouwde met de liefde van zijn leven.  Maar Jack is ziek, Jack is doodziek. De koning, de leeuw van de buurt brult niet meer en ligt als een hoopje ellende op de bank. Net als ik dit aan het typen ben komt jongste zoon binnen en vertelt dat Jack er niet meer is. Dat niemand meer iets voor hem kon doen en dat het inhumaan zou zijn het broze leven nog langer te rekken. Maar dat is niet het verhaal dat ik over Jack wilde vertellen toen ik de tekening boven aan dit stuk aan het tekenen was.

Dat verhaal begon op kerstavond 2008. De hele familie zit bij elkaar, doet zich te goed aan de lekkere hapjes voor we beginnen met het voor ons traditionele kerstspel van zesjes gooien met de dobbelsteen voor er een pakje gepakt mag worden van onder de kerstboom. Halverwege de feestelijkheden schiet er ineens iets vanonder de boom richting gangdeur. "Een muis" roept oudste dochter en meteen staat de hele jonge garde overeind en rent als 1 man richting schuur, het onfortuinlijke diertje achterna. Binnen enkele seconden keren ze weer op hun schreden terug. "het is erg mam, het is echt heel erg" roepen ze in koor "het zijn er een heleboel".

De volgende morgen kijken we wat we er aan kunnen doen. We proberen eerste zoveel mogelijk muisjes in een kooitje te lokken waar ze niet meer uit kunnen ontsnappen en brengen ze kilometers verder op in de hoop dat ze daar een beschermend holletje vinden. Want veldmuisjes, ze zijn schattig hoor maar je wilt ze niet met 10tallen tegelijk door je huis heen hebben lopen. Het was dweilen met de kraan open,. Vader en moeder muis waren sneller met het krijgen van babymuisjes dan wij ze konden vangen. Ze glibberde langs de Franse deurtjes van onze kledingkasten, ze renden over het voeteneinde van ons bed. Bleven even zitten en staarden ons met hun zwarte kraal oogjes brutaal aan. We moesten het anders aan gaan pakken.
 
 "Mam je mag Jack wel lenen voor een weekje, hij is de beste muizen vanger die er bestaat en misschien gaan ze er vanzelf tussen uit met een kat in huis" zegt jongste zoon "maar houdt wel de buitendeur dicht anders gaat hij er misschien vandoor". En zo arriveert Jack op een vroege donderdagavond in huize Plukvink. Maar nog voor Jack ook maar kans heeft gezien een muisje te pakken, komt jongste dochter (niet op de hoogte van de logeer partij) thuis, gooit alle deuren open en Jack rent er als een haas vandoor.  
Voor we goed en wel kunnen reageren heeft hij zich zo'n 30 meter verderop verschanst onder een paar grote struiken. "kom dan Jack" koer ik zachtjes hummend. Maar alle lieflijk lokkende geluidjes, maken geen indruk op Jack. Hij duikt alleen maar dieper onder de struiken. "Misschien als ik zijn voer ga halen en met het pak rammel, komt hij wel" oppert oudste dochter. Dus rent ze naar huis, maar al het rammelen van de wereld helpt niet. Hooguit laat Jack zijn kopje even zien en duikt weer weg. "Bel je broer maar"zeg ik ten einde raad "die beweert altijd dat hij maar hoeft te fluiten en Jack komt aanrennen, dat mag hij nu demonstreren" Tien minuten later hoor ik het geluid van jongste zoon zijn auto. Jack hoort het ook en steekt zijn kopje uit de struiken. De deur slaat dicht en Jack komt nog iets verder uit het struikgewas vandaan. Dan loopt zoonlief het straatje in en fluit. Met de snelheid van het licht komt Jack tevoorschijn en springt bij zoon in de armen. En wij, wij hebben toch ons heil in muizengif moeten zoeken om van de plaag af te komen 

Geen opmerkingen: