Ik herinner me nog goed de eerste avond huiswerk maken in de klas. Iedereen was allang klaar en naar de huiskamer van de kostschool verdwenen en daar zat ik nog te worstelen op Frans. Elk woordje moest ik opzoeken en er dan ook nog een fatsoenlijk zin van produceren. Woest was ik, op mezelf, laaiend, op de school "die er ook niks aan kon doen" Ik was nog niet op de helft toen ik het zo zat werd, mijn boeken en schriften bij elkaar raapte en met een flinke zwaai tegen het bord smeet, vergezeld van een hartgrondig "Stik maar met jullie rotzooi, ik ben er klaar mee". Ik vermoed dat de toezicht houdende non wel doorhad dat ik toch niks meer zou doen en liep met me mee naar de huiskamer. Het was dezelfde non die later die week ontdaan naar mijn ouders belden dat ik zo verschrikkelijk vloekte. Bij elke 5 woorden zaten minstens 2 vloeken had ze beweerd.
Dat brengt ons nog niet naar de favoriete leraar, maar dat komt eraan. We hadden er in de loop van die 3 jaar 3. Een was er maar eens in de week, misschien zelfs 2 weken, dat was de man die met ons in het lab proefjes deed voor natuurkunde. Ik kan me niet zo heel veel van hem herinneren omdat ik in die drie jaar ook regelmatig voor langere perioden in het ziekenhuis of revalidatiecentrum lag. Dan was er het fatje die inviel voor Frans. Volgens mij duidelijk een liefhebber van dezelfde kunne. Natuurlijk kon ik het niet nalaten dat met mijn toenmalige buurvrouw "Marianne" te delen. Het moet gezegd worden "het fatje" had ogen aan de voorkant, achterkant en ook nog opzij. De kous zou daarmee af geweest zijn als hij niet gereageerd had maar dat deed hij wel. "Je hebt het mis, want ik ben getrouwd en heb 2 kinderen" sprak het jongere evenbeeld van Jérôme Reehuis. "Dat zegt niks" flapte ik er uit. Het leverde me een hele Franse les overschrijven aan strafwerk op. Ach misschien wist hij het zelf nog niet.
De leraar die me het beste bij gebleven is, is meneer Schepens, dezelfde als van A kwadraat. Maar het
gewone rekenen en boekhouden ging me een stuk beter af.. Eigenlijk vertelde hij zelden iets over zijn gezin, maar op een vrijdag liet hij zich ontvallen dat zijn zoontje Wim de volgende dag naar een scouting dag van Ajax zou gaan en dat hij had gezegd dat hij hem naar de training zou brengen als hij gescout werd. Na het weekend, terug in de klas informeerden wij met een "En?". "Drie keer in de week naar Amsterdam" en hij keek ons somber aan."Als iemand ooit met jou trouwt is het alleen om zijn sokken te stoppen en zijn was te draaien" siste mijn buurvrouw "nog steeds Marianne L" na een fluisterend klasgesprek, in mijn oor. "Zo, zeg dat nog eens" en ik keek haar met toegeknepen ogen aan. "Als iemand met jou trouwt". Verder kwam ze niet, want ik haalde uit en mijn hand landde met een klinkende klap op haar linkerwang. De hele klas viel stil. Meneer Schepens keek me aan, vouwde zijn handen, plaatste de toppen van zijn vingers tegen zijn lippen en hield een volle minuut stilte voor hij zonder iets te zeggen de les weer hervatte.
Hij kon voorlezen, hij kon prachtig voorlezen. Trok je mee het verhaal in, of je wilde of niet. Ik denk dat, dat het enige half uurtje per week was dat je een speld kon horen vallen in de klas. Dat niemand er doorheen fluisterde, er geen briefjes of propjes door de klas werden geschoten. Hij vertelde het verhaal zo spannend, dat je op het puntje van je stoel, aan zijn lippen bleef hangen. Dat het altijd jammer was dat schooltijd afgelopen was, want je wilde meer, wilde weten hoe het verder ging. Dus mijn favoriete leraar was (ondanks dat hij soms mopperig kon doen) meneer Schepens.










