Het is warm buiten, verschrikkelijk warm, dus besluiten we op een terrasje iets te gaan drinken. Voorzichtig laten we ons op de frêle stoeltjes, van een in de schaduw gelegen mini terrasje, zakken. Niet lang daarna neemt aan het tafeltje naast ons een kibbelend stel plaats. “Joris” roept de uitbater van het etablissement enthousiast “tijdje niet gezien man, heb je alweer een nieuwe vriendin”. Met een ruk komt het hoofd van de vrouw omhoog en kijkt haar Joris wat wantrouwend aan. “Ik geloof dat we thuis een hartig woordje met elkaar moeten spreken” zegt ze ferm en loopt vervolgens naar binnen om een bestelling te doen.“Vrouwen” foetert Joris met zijn ogen rollend en kijk onze kant op “ze denkt dat ze de baas is, nou hier mag ze, maar wacht maar tot we thuis zijn, dan is het, mond dicht en op je knieën jij”. Enigszins verbaast maar tegelijkertijd geamuseerd kijken we hem aan en ik zie een verdachte glinstering in mijn lief zijn ogen.Na een poosje besluiten we de warmte van de brandende zon opnieuw te trotseren en richting auto af te zakken. Zelfs het zachte briesje, wat inmiddels opgestoken is, strijkt als een warme föhn over onze verhitte lichamen, zonder ook maar enige verkoeling te brengen. We laveren over stoepen afgeladen met terrasstoelen, bevolkt door drinkende en jolig schreeuwende mensen.Dan eindelijk komt ons vehikel in zicht en slaken we een zucht van opluchting, Dat is echter van korte duur want zodra de deur opengaat slaat ons een walm van hete lucht tegemoet, die de hoogovens eer aan zou doen. We zijn nog maar nauwelijks op weg of lief krijgt het op zijn heupen.“Pak die fles drinken uit de tas” zegt hij op gedecideerde toon. Even kijk ik hem terzijde aan. “Kom nou, we zijn met een half uurtje thuis, die tas ligt op de achterbank en die fles ligt helemaal op de bodem” dien ik hem van repliek. “Pak die fles drinken uit de tas” klinkt het nu wat dwingender. “Serieus, ga je nu het haantje uithangen” grijns ik terug “heeft die vent op het terras je ergens mee besmet?”. Maar lief lacht helemaal niet en wil zijn fles en wel NU. Nog steeds grijnzend draai ik me om, hang over de bank naar achter en doe een geslaagde poging de fles te pakken. Als ik me weer terugdraai op mijn zitting, eist lief dat ik de fles eens goed schud vanwege het vruchtvlees dat in het sap zit en de dop voor hem los maak. “Wel ja” zeg ik bokkig “moet in het nog voorkauwen ook, voor je”?. Opeens kan lief zijn gezicht niet meer in de plooi houden en schatert het uit. “Je had dat gezicht van je moeten zien, alsof je water zag branden” snikt hij.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten